Neem contact op

Direct contact bel  038 46 00 111
Nieuwsbericht: 30 november 2017: Inloopdag Personen-, Familie- en Erfrecht

Verhuur van zaken - wie draagt het risico van diefstal: verhuurder of huurder?

Verhuur van zaken - wie draagt het risico van diefstal: verhuurder of huurder?

Tip - zorg ervoor dat je bij het sluiten van de huurovereenkomst uitdrukkelijk een risicoverdeling bedingt. Doe je dat niet, dan kun je voor verrassingen komen te staan, zo ook in de onderstaande zaak.

De feiten
De verhuurder verhuurt aan de aannemer/huurder 37 rijplaten. De huurovereenkomst is mondeling aangegaan en partijen hebben daarbij geen afspraken gemaakt over het afsluiten van een verzekering voor de rijplaten. De rijplaten worden door de aannemer gebruikt bij leidingwerk op een sportterrein; op de 10e dag worden de rijplaten gestolen. De aannemer heeft hiervan aangifte gedaan bij de politie.

Door de diefstal kan de huurder de rijplaten niet meer teruggeven aan de verhuurder. 

De vordering van de verhuurder
De verhuurder eist in deze zaak de betaling van de huurprijs (€ 185,26) én een (schade)vergoeding ter hoogte van de waarde van de rijplaten (€ 28.381,50). De huurder betaalt de huurprijs, maar weigert om de schadevergoeding te voldoen. Terecht, volgens de kantonrechter, het Hof en (de AG bij) de Hoge Raad.

De beslissing
Als uitgangspunt geldt dat de aannemer/huurder de schade aan de verhuurder moet vergoeden, tenzij de tekortkoming (lees: het niet kunnen voldoen aan de verplichting tot teruggave van de rijplaten) niet aan de aannemer/huurder kan worden toegerekend.

In deze zaak wordt eerst beoordeeld of er sprake is van schuld. De verhuurder vindt van wel: de huurder had hekken om de rijplaten moeten zetten of de rijplaten aan het einde van de dag moeten opladen. De huurder heeft geen voorzorgsmaatregelen getroffen, en daarom is de diefstal aan huurder te wijten. De rechter denkt daar anders over: de huurder is niet in haar zorg tekortgeschoten, omdat van de huurder niet gevergd kon worden om de 37 rijplaten, elk 800 kg (!), aan het einde van de werkdag op te laden en de volgende werkdag uit te laden. Als de verhuurder dit had willen verlangen, dan had de verhuurder dat bij het sluiten van de huurovereenkomst duidelijk moeten maken aan de aannemer/huurder.

Ter aanvulling:  omstandigheden die een rol kunnen spelen bij de invulling van de norm 'goed huurderschap' zijn onder meer (a) de middelen waarover de huurder beschikt, (b) de voorzienbaarheid van het voorval en (c) de proportionaliteit van de met de maatregelen gemoeide kosten in relatie tot het gemoeide belang/risico.

Vervolgens wordt beoordeeld of de tekortkoming op grond van de zogenaamde verkeersopvatting ('general accepted view') aan de huurder kan worden toegerekend. Ook dat beroep van de verhuurder slaagt niet. In deze zaak wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad (NJ 1998/69): van een professionele verhuurder mag verwacht worden dat hij bij het sluiten van de huurovereenkomst aan de huurder duidelijk maakt dat hij schade als gevolg van bijvoorbeeld diefstal voor rekening van de huurder wilde laten komen, zodat de huurder maatregelen had kunnen treffen zoals het afsluiten van een verzekering. De verhuurder heeft dit niet gedaan, en daarom kan de tekortkoming niet aan huurder worden toegerekend.

Let op: de positie van de huurder (particulier of professionele huurder) is irrelevant bij de voornoemde beoordeling. 

Meer weten? Voor advies over deze of gerelateerde kwesties kunt u contact opnemen met mr. Arslan, mr. Ter Wee of mr. Ö. Çolak

Kiezen voor ATW, 3 redenen:

  • 1De Specialist aan uw zijde
  • 210.000+ dossier ervaring
  • 3Helderheid in afspraken en tarief

Bel een van onze experts

Direct advies

Arslan & Ter Wee advocaten: gespecialiseerd én veelzijdig.