Neem contact op

Direct contact bel  038 46 00 111
Nieuwsbericht: 24 Januari 2019: Inloopspreekuur Personen- en Familierecht en Erfrecht

Verplichting tot statusvoorlichting kind bij omgang

Verplichting tot statusvoorlichting kind bij omgang

Mag een rechter bij het vaststellen van een omgangsregeling óók bepalen dat de ouders het kind moeten vertellen dat de man (die om de omgangsregeling heeft verzocht) zijn biologische vader is?

Die (rechts)vraag werd onlangs aan de Hoge Raad voorgelegd. De vraag kwam voort uit een zaak waarin twee vrouwen een geregistreerd partnerschap met elkaar hadden.

Zij hadden een kinderwens. Op enig moment hebben zij een advertentie geplaatst voor een zaaddonor. De man in deze kwestie heeft op die advertentie gereageerd, en er is vervolgens een donorovereenkomst getekend. Eén van de vrouwen is vervolgens door zelfinseminatie zwanger geraakt.

Na de geboorte van het kind heeft de andere moeder het kind met toestemming van de man geadopteerd. De moeders hebben het gezamenlijke gezag over het kind verkregen.

De man en het kind hebben vanaf de geboorte in beperkte mate contact met elkaar gehad. Dat contact is geleidelijk verminderd en uiteindelijk zelfs gestopt vanwege de verslechterde relatie tussen de moeders en de man.

De man is vervolgens een procedure gestart om weer omgang te krijgen met het kind. Tijdens die procedure hebben de moeders en de man - na succesvolle mediation - een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin de omgang tussen de man en het kind werd geregeld. Dit voor een bepaalde periode van tijd. Na ommekomst van die periode hebben de moeders het contact echter weer verbroken.

De man is vervolgens wederom een procedure gestart waarin hij heeft verzocht om een omgangsregeling. De rechtbank wees zijn verzoek af. In hoger beroep heeft het gerechtshof een omgangsregeling vastgesteld. In dat kader heeft het hof tevens bepaald dat de moeders het kind statusvoorlichting moesten geven. Dit voorafgaand aan het begin van die omgangsregeling. En met 'statusvoorlichting' doelde het hof op voorlichting aan het kind over diens afstamming. Er moest (dus) aan het kind verteld worden dat de man (zijn) vader is.

De moeders konden zich met dat laatste niet verenigen en hebben tegen de beslissing van het hof cassatie ingesteld. Dat hebben zij gedaan omdat zij van mening waren dat het aan de ouders zelf is te bepalen wat het beste moment is om het kind mee te delen wie de vader is. Voor hen was het relevant dat de man geen ouder was en hij ook geen zeggenschap had over de opvoeding van het kind.

De man had volgens de moeders weliswaar recht op 'family life' (hetgeen hij ook had gehad), maar dat gaat niet zover dat hij (in dit geval met hulp van de rechter) kan bepalen hoe de moeders invulling geven aan hun opvoeding en welke keuzes zij daarbij maken. En in dit geval dan specifiek voor wat betreft (het moment van) door de moeders te geven statusvoorlichting. Oók de rechter mag daarin volgens de moeders niet ingrijpen.
Te meer daar er geen specifieke wettelijke bepalingen zijn die verplichten tot statusvoorlichting.

De Hoge Raad oordeelde in deze zaak echter anders. Hij meende dat het belang van het kind - met het oog op gebruik van het wettelijke recht op omgang met zijn biologische vader - kan meebrengen dat het kind daarbij te horen krijgt dat degene met wie hij omgang zal hebben zijn vader is.

Dat vloeit volgens de Hoge Raad voort uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), alsmede uit het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK). Daarin zijn waarborgen opgenomen voor het recht op 'private life'. Uit dat recht, in het bijzonder het recht op persoonlijke identiteit, vloeit voort dat een kind het recht heeft te weten van wie het afstamt. Op dat punt bestond overigens al jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Indien de rechter van oordeel is dat hij de omgang tussen het kind en de man in een dergelijk geval moet toestaan, dan kan de rechter daarbij (dus) tevens bepalen dat het kind - voorafgaand aan het eerstvolgende moment van omgang - statusvoorlichting krijgt.
De Hoge Raad wijst er hier nog op dat de wet bepaalt dat het ouderlijk gezag de plicht en het recht van de ouders omvat om hun minderjarige kind te verzorgen en op te voeden.
Onder verzorging en opvoeding worden ook verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijke en lichamelijke welzijn en de veiligheid van het minderjarige kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid.

Bij dat laatste behoort volgens de Hoge Raad het geven van informatie over zijn afstamming; statusvoorlichting. De Hoge Raad merkt daarover ook nog op dat het aan de ouders is die het gezag uitoefenen om betreffende informatie aan het kind te geven. In beginsel is het daarbij aan de ouders voorbehouden om het daartoe geschikte moment te bepalen.

Daarbij dient volgens de Hoge Raad het belang van het kind echter voorop te staan. Dit omdat ouderlijk gezag weliswaar een aan de ouders toekomend 'recht' is, maar dit recht gegeven is in het belang van het kind. En dat recht kan daarom niet los worden gezien van het dienen van het belang van het kind, welk belang centraal hoort te staan.

In het verlengde daarvan weegt - volgens de Hoge Raad - het rechterlijke oordeel voor wat betreft de belangen van het kind bij het kennen van de situatie rond zijn afstamming in een dergelijke geval zwaarder, dan het recht van de ouders te bepalen op welk moment het kind die informatie zal krijgen.

Voor deze zaak hield dat weer in dat de door het hof ingestelde omgangsregeling mét de verplichting tot statusvoorlichting (dus) overeind bleef.

Voor dit artikel is de conclusie kort en goed; een rechter mag bij het vaststellen van een omgangsregeling óók bepalen dat de ouders het kind moeten vertellen dat de man (die om de omgangsregeling heeft verzocht) zijn biologische vader is.

Zwolle

Gespecialiseerde advocaten in ondernemingsrecht, familierecht, arbeidsrecht, letselschade, echtscheiding, erfrecht, huurrecht, vastgoed en contractenrecht.

Burgemeester van Roijensingel 1
8011 CS Zwolle

Meppel

Gespecialiseerde advocaten in familierecht, arbeidsrecht, letselschade, erfrecht, ondernemingsrecht, insolventie en huurrecht.

Parallelweg 1 a
7941 HH Meppel

Over ons

Kwaliteit en passie voor het vak staan bij ons centraal, naast directe toepasbaarheid van onze adviezen. 

Juridisch advies vraagt om een persoonlijke aanpak. Korte lijnen, betrokkenheid, 100% aandacht voor uw zaak.

 

Arslan & Ter Wee advocaten: gespecialiseerd én veelzijdig.